Pensioenreglement

 

 

Van AEGON Levensverzekering N.V. voor de werknemers van Nederlands Loodswezen B.V. en de aan haar gelieerde ondernemingen.








Intro


Op het moment dat u als werknemer in dienst treedt bij Nederlands Loodswezen B.V., gaat u een samenwerking aan met uw werkgever. Een onderdeel van deze samenwerking is de pensioenregeling. Wij vinden het belangrijk dat u goed op de hoogte bent van uw rechten en plichten als het gaat om uw pensioen. Daarom ontvangt u dit pensioenreglement, waarin de details van de pensioenovereenkomst duidelijk staan beschreven.

 

Disclaimer:
Aan deze verkorte versie van het pensioenreglement zijn geen juridische rechten te ontlenen. Hiervoor verwijzen wij u naar het officiële reglement.


Januari 2016




Hoofdstuk 1

Algemeen


1.1 – Strekking van dit pensioenreglement
Dit pensioenreglement is een uitwerking van de pensioenovereenkomst, overeengekomen in de cao Loodswezen.


In dit pensioenreglement staat vermeld hoe de verhoudingen liggen tussen u, uw werkgever en de verzekeraar die de pensioenovereenkomst uitvoert.

  1. Wordt de pensioenovereenkomst gewijzigd zonder dat uw werkgever de verzekeraar hierover heeft geïnformeerd? Dan gelden voor u als deelnemer de rechten die uit dit pensioenreglement voortvloeien.
  2. Wordt de waarde voor de pensioenrechten en de al opgebouwde pensioenaanspraken overgedragen aan een andere pensioenuitvoerder? Dan vervalt dit pensioenreglement.

1.2 - Karakter van de pensioenregeling
Deze pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst voor de volgende pensioenaanspraken:
  • levenslang ouderdomspensioen;
  • levenslang partnerpensioen bij overlijden voor en na de pensioeningangsdatum;
  • tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum;
  • wezenpensioen bij overlijden voor en na de pensioeningangsdatum.

Deze pensioenregeling maakt deel uit van de tussen u en uw werkgever afgesloten arbeidsovereenkomst. U kunt deze pensioenregeling niet los van de overige onderdelen van de arbeidsovereenkomst accepteren of weigeren.

1.3 – Deelname
U wordt in deze pensioenregeling opgenomen omdat u in dienst bent van uw werkgever. Dit geldt ook als u:
  • op 31 december 2013 deelnemer was aan de pensioenregeling Overgangsregeling FLO-ers van het fonds SPL en geboren bent op of na 1 januari 1959;
  • op 31 december 2013 deelnemer was aan de pensioenregeling Overgangsregeling FLO-ers van het fonds, geboren bent vóór 1 januari 1959 en er voor gekozen heeft om deelname aan die regeling te beëindigen per 31 december 2013.

U wordt niet in deze pensioenregeling opgenomen als u:
  • directeur-grootaandeelhouder bent in de zin van de Pensioenwet;
  • als werknemer rechten kunt ontlenen aan het pensioenreglement 'Overgangsregeling FLO-ers'

Uw deelname aan de pensioenregeling eindigt wanneer uw arbeidsovereenkomst eindigt, behalve wanneer u op basis van deze pensioenregeling nog pensioen opbouwt. In dat geval eindigt uw deelname uiterlijk op de pensioeningangsdatum.

1.4 – Pensioenaanspraken
  1. U heeft aanspraak op de volgende pensioenen:
    • levenslang ouderdomspensioen;
    • levenslang partnerpensioen bij overlijden voor en na de pensioeningangsdatum;
    • tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum;
    • wezenpensioen bij overlijden voor en na de pensioeningangsdatum.
  2. Op elk moment kan slechts één partner aanspraak maken op levenslang en tijdelijk partnerpensioen.
  3. Komt u als ongehuwde deelnemer of gepensioneerde te overlijden? Dan moet uw partner zich bij de verzekeraar melden en aantonen dat hij of zij op het moment van uw overlijden uw partner was. Komt u als ongehuwde gepensioneerde na uw pensioeningangsdatum te overlijden? Dat moet uw partner aantonen dat uw partnerschap al voor de pensioeningangsdatum bestond.
  4. Uw pensioenaanspraken worden door uw werkgever verzekerd door middel van een uitvoeringsovereenkomst met de verzekeraar. Ook zal de werkgever de overeengekomen pensioenregeling in de administratie opnemen. Uw pensioenaanspraken zijn van kracht zodra de betrokken verzekering of verhoging van de verzekering door de verzekeraar is aanvaard.
  5. De omschreven hoogte van de toegekende pensioenen geldt uitsluitend bij deelname tot de standaard pensioendatum of tot overlijden voor deze datum.
  6. De pensioenaanspraken worden ook beheerst door:
    • de uitvoeringsovereenkomst tussen de verzekeraar en de werkgever;
    • de daarbij behorende verzekeringsvoorwaarden en aanvullende voorwaarden;
    • wettelijke voorschriften.

    Dit betekent dat de pensioenen een verlaging kunnen ondergaan in de gevallen die zijn bepaald in deze pensioenregeling, de uitvoeringsovereenkomst met bijbehorende verzekeringsvoorwaarden en aanvullende voorwaarden.

De hierboven genoemde uitvoeringsovereenkomst, verzekeringsvoorwaarden en aanvullende voorwaarden liggen bij uw werkgever ter inzage en worden op verzoek van (ex)-deelnemers, (ex)-partners en pensioengerechtigden door de verzekeraar verstrekt.

1.5 Acceptatie
  1. De pensioenaanspraken worden gebaseerd op een pensioengevend salaris (Zie 1.5.3) dat niet hoger is dan € 100.000,-. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan het wettelijke maximale pensioengevend salaris waarover pensioen mag worden opgebouwd.
  2. Het salaris dat voor de berekening van de aanspraken in aanmerking wordt genomen, kan per jaar maximaal met 15% stijgen, waarbij het maximum van € 100.000,- uit punt 1 geldt.
  3. Bij aanvang van uw deelname aan deze pensioenregeling wordt door de verzekeraar geen medische keuring vereist. Als u op een later tijdstip uw eerder gemaakte keuzes herziet (waardoor het risico voor de verzekeraar wordt verzwaard), kan de verzekering afhankelijk worden gesteld van uw gezondheid. Herziening van eerder gemaakte keuzes kan alleen als de verzekeraar het (gewijzigde) risico accepteert, eventueel onder andere voorwaarden of prijsstelling.
  4. Was naar aanleiding van uw gezondheidstoestand uw overlijden redelijkerwijs te voorzien bij aanvang van
    • deelname aan de regeling,
    • het huwelijk,
    • het geregistreerd partnerschap of
    • de gezamenlijke huishouding

    Dan biedt de verzekeraar geen dekking van het overlijdensrisico als u binnen een jaar na aanvang van de genoemde situaties komt te overlijden.

    De vraag of bij uw overlijden sprake is van antiselectie of misbruik, zal worden voorgelegd aan de Toetsingscommissie Gezondheidsgegevens.


1.6 – Pensioengrondslag
  1. Uw pensioengrondslag wordt bij aanvang van uw arbeidsovereenkomst vastgesteld en vervolgens jaarlijks op 1 januari.
  2. De pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend salaris verminderd met een franchise.
  3. Het pensioengevend salaris bestaat uit:
    • 12 maal uw vaste bruto maandsalaris;
    • 12 maal de vaste toeslagen wegens onregelmatige dienst, continudienst, vuil en onaangenaam werk en bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten;
    • de vakantietoeslag;
    • de 13e maand;
    • de garantietoeslag, inzetbaarheidstoeslag en afbouwtoeslag.
    Het pensioengevend salaris bedraagt nooit meer dan het maximum pensioengevend salaris (in 2015 was dit € 100.000,-. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast).
  4. De franchise is gelijk aan 100/75 maal het op 1 januari bekende jaarlijkse pensioen volgens de Algemene Ouderdomswet (AOW) voor een samenwonende, inclusief de vakantietoeslag. De franchise bedraagt voor 2015 € 12.642,00.
  5. Bij een verlaging van de pensioengrondslag worden de tot het tijdstip van de verlaging verworven pensioenaanspraken niet gewijzigd.
  6. In geval van arbeidsongeschiktheid is het artikel 'Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid' (zie artikel 15 van het officiële reglement) van toepassing.














Hoofdstuk 2

Pensioenen


2.1 – Levenslang ouderdomspensioen
  1. Het levenslange ouderdomspensioen gaat in op de standaard pensioendatum en wordt uitgekeerd tot het einde van de tweede maand die volgt op de maand waarin u overlijdt.
  2. Het jaarlijkse levenslange ouderdomspensioen is gelijk aan 1,875% van de pensioengrondslag, die is vastgesteld op 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst). Deze pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst) en de standaard pensioendatum.

    Wordt de pensioengrondslag verhoogd? Dan wordt uw ouderdomspensioen verhoogd met 1,875% van de verhoging, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de standaard pensioendatum.

    Wordt de pensioengrondslag verlaagd? Dan heeft dit voor de bepaling van uw ouderdomspensioen alleen betrekking op de jaren die liggen tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de standaard pensioendatum. Uw pensioenaanspraken tot het tijdstip van verlaging worden niet gewijzigd.
  3. Voor de berekening van het levenslange ouderdomspensioen worden de jaren in jaren en maanden bepaald, waarbij een gedeelte van een maand geldt als een volle maand.

2.2 -  Levenslang partnerpensioen
  1. Het levenslange partnerpensioen gaat in op de eerste van de maand waarin u overlijdt en wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin uw partner overlijdt.
  2. Het jaarlijkse levenslange partnerpensioen is gelijk aan 1,3125% van de pensioengrondslag, die is vastgesteld op 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst). Deze pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst) en de standaard pensioendatum.

    Wordt de pensioengrondslag verhoogd? Dan wordt het partnerpensioen verhoogd met 1,3125% van de verhoging, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de standaard pensioendatum.

    Wordt de pensioengrondslag verlaagd? Dan heeft dit voor de bepaling van het partnerpensioen alleen betrekking op de jaren die liggen tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de standaard pensioendatum. De verworven pensioenaanspraken tot het tijdstip van verlaging worden niet gewijzigd.
  3. Voor de berekening van het levenslange partnerpensioen worden de jaren in jaren en maanden bepaald, waarbij een gedeelte van een maand geldt als een volle maand.

2.3 Tijdelijk partnerpensioen
  1. Als u voor de standaard pensioendatum komt te overlijden, gaat het tijdelijke partnerpensioen in op de eerste van de maand waarin u overlijdt. Het tijdelijke partnerpensioen wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin uw partner overlijdt, of uiterlijk tot de eerste van de maand waarin uw partner de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (of 67 jaar wordt, als dat eerder is).
  2. Het jaarlijkse tijdelijke partnerpensioen is gelijk aan 0,197% van de pensioengrondslag die is vastgesteld op 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst). Deze pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst) en de standaard pensioendatum.

    Wordt de pensioengrondslag verhoogd? Dan wordt het tijdelijke partnerpensioen verhoogd met 0,197% van de verhoging, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de standaard pensioendatum.

    Wordt de pensioengrondslag verlaagd? Dan heeft dit voor de bepaling van het tijdelijke partnerpensioen alleen betrekking op de jaren die liggen tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de standaard pensioendatum. De verworven pensioenaanspraken tot het tijdstip van verlaging worden niet gewijzigd.
  3. Voor de berekening van het tijdelijk partnerpensioen worden de jaren in jaren en maanden bepaald, waarbij een gedeelte van een maand geldt als een volle maand.
  4. De aanspraak op jaarlijks tijdelijk partnerpensioen is op risicobasis verzekerd tot de standaard pensioendatum of eerdere pensioeningangsdatum. Dit betekent dat de aanspraak op tijdelijk partnerpensioen zonder waarde vervalt bij:
    • beëindiging van de deelname anders dan door overlijden;
    • scheiding;
    • het bereiken van de standaard pensioendatum of de eerdere pensioeningangsdatum.
  5. De dekking voor het tijdelijke partnerpensioen blijft in stand als het ouderdomspensioen direct ingaat na het einde van de arbeidsovereenkomst. Het tijdelijke partnerpensioen gaat dan in op de eerste van de maand waarin u overlijdt en wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin uw partner overlijdt, of uiterlijk tot de eerste van de maand waarin uw partner de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (of 67 jaar wordt, als dat eerder is).

2.4 - Wezenpensioen
  1. Na uw overlijden gaat voor de aanspraakgerechtigde kinderen een wezenpensioen in.
  2. Aanspraakgerechtigd zijn de kinderen die:
    • jonger zijn dan 21 jaar, of;
    • jonger zijn dan 27 jaar en nog studeren, of;
    • jonger zijn dan 27 jaar en volgens het UWV ten minste 45% arbeidsongeschikt zijn, of;
    • jonger zijn dan 27 jaar en een WAJONG-uitkering ontvangen.
  3. Elk wezenpensioen gaat in op de eerste van de maand waarin u overlijdt, maar niet eerder dan op de eerste van de maand waarin uw kind pensioengerechtigd wordt. Het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin uw kind niet meer voldoet aan de in punt 2 vermelde voorwaarden of overlijdt. Mocht uw kind binnen 307 dagen na uw overlijden worden geboren, dan gaat het wezenpensioen in op de dag van de geboorte.
  4. Elk wezenpensioen is gelijk aan 0,2625% van de pensioengrondslag die is vastgesteld op 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst). Deze pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst) en de standaard pensioendatum.

    Wordt de pensioengrondslag verhoogd? Dan wordt het wezenpensioen verhoogd met 0,2625% van de verhoging, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de standaard pensioendatum.

    Wordt de pensioengrondslag verlaagd? Dan heeft dit voor de bepaling van het wezenpensioen alleen betrekking op de jaren die liggen tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de standaard pensioendatum. De verworven pensioenaanspraken tot het tijdstip van verlaging worden niet gewijzigd.
  5. Voor de berekening van het wezenpensioen worden de jaren in jaren en maanden bepaald, waarbij een gedeelte van een maand geldt als een volle maand.
  6. Het wezenpensioen wordt verdubbeld als er geen partner is die aanspraak heeft op (bijzonder) partnerpensioen.














Hoofdstuk 3

Deeltijd/verlof


3.1 – Deeltijd
  1. Werkt u minder dan 36 uur of heeft u minder dan 36 uur gewerkt? Dan geldt het volgende:
    • Voor de vaststelling van de pensioengrondslag wordt uitgegaan van het pensioengevend salaris dat op 1 januari van het betreffende jaar bij een volledige arbeidstijd geldt.
    • De pensioenen worden van de in punt a. bedoelde pensioengrondslag afgeleid. Daarna wordt deze pensioengrondslag vermenigvuldigd met een deeltijdpercentage dat wordt vastgesteld naar de verhouding tussen feitelijke en volledige arbeidstijd.
  2. Bij de overgang van een deeltijd naar een fulltime dienstverband (of omgekeerd) en bij wijziging van het aantal uren van het deeltijd dienstverband, wordt het deeltijdpercentage opnieuw vastgesteld. Hierbij wordt er voor de toekomstige diensttijd steeds van uitgegaan dat de mate van (on)volledigheid van de arbeidstijd onveranderd blijft.
    Daarbij worden de deeltijdpercentages die in de afzonderlijke perioden hebben gegolden, en de duur van de perioden waarin deze van kracht zijn geweest, meegenomen in de berekening.
    Het voorgaande geldt bij aanvang van deze regeling op dezelfde wijze voor de op dat moment al vervulde diensttijd.

3.2 - Verlof
  1. Tijdens een periode van onbetaald verlof wordt de opbouw van pensioenaanspraken voortgezet volgens de bepalingen van deze pensioenregeling.
  2. U en uw werkgever kunnen een andere regeling overeenkomen in een verlofreglement. In dat geval geldt voor het verzekerde levenslange partnerpensioen, het tijdelijke partnerpensioen en het wezenpensioen ten minste het volgende:
    • de opbouw van aanspraken op levenslang partnerpensioen, tijdelijk partnerpensioen en wezenpensioen wordt gedurende de verlofperiode voortgezet op basis van de laatst, voor ingang van het verlof, vastgestelde pensioengrondslag. Hetzelfde geldt voor het laatst vastgestelde deeltijdpercentage. De voortzetting duurt maximaal de fiscaal toegestane periode of tot een eerder einde van de arbeidsovereenkomst met een absoluut maximum van 18 maanden.
    • de hierboven vermelde maximale periode heeft betrekking op de totale periode van voortzetting gedurende de gehele periode van uw deelname.
    • de voortzetting van de opbouw van deze aanspraken gebeurt op risicobasis. De verzekeringen van deze aanspraken hebben geen premievrije waarde of afkoopwaarde. Ze vervallen indien zich tijdens het verlof één van de volgende situaties voordoet:
      • beëindiging van uw deelname anders dan door overlijden;
      • het bereiken van de pensioeningangsdatum.
    • Bij scheiding vervalt de aanspraak op partnerpensioen eveneens zonder waarde.
  3. U maakt samen met uw werkgever afspraken over de werknemerspremie tijdens onbetaald verlof.














Hoofdstuk 4

Toeslagen


4.1 – Toeslagen
  1. Als er financiën beschikbaar zijn, worden deze jaarlijks per 1 januari gebruikt voor de financiering van voorwaardelijke toeslagen op:
    • de opgebouwde pensioenen, zolang u pensioenaanspraken opbouwt;
    • de pensioenen die al zijn ingegaan;
    • de (bijzonder) levenslange partnerpensioenen en wezenpensioenen die horen bij ouderdomspensioenen die al zijn ingegaan;
    • de pensioenen van deelnemers voor wie vanwege arbeidsongeschiktheid vrijstelling van premiebetaling is verleend door de verzekeraar. In dit geval geldt het percentage waarvoor vrijstelling van premiebetaling wordt verleend en voor zover die pensioenen zijn gefinancierd;
    • uw na ontslag vastgestelde, nog niet ingegane pensioenen als er (nog) geen overdracht van pensioenaanspraken en de waarde daarvan naar uw nieuwe werkgever heeft plaatsgevonden;
    • de tot 1 januari 2016 onder het fonds (SPL) opgebouwde en aan de verzekeraar overgedragen pensioenaanspraken, waaronder de pensioenaanspraken waarvoor premievrijstelling geldt wegens arbeidsongeschiktheid en pensioenrechten geadministreerd onder contactnummer 41761.

    De onder punt a. t/m e. omschreven pensioenen betreffen uitsluitend de van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2019 opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten.
  2. De middelen voor de voorwaardelijke toeslagen bestaan uit een tijdelijke bijdrage van de werkgever (a) en het saldo van het bij de verzekeraar opgerichte toeslagendepot, zoals overeengekomen tussen werkgever, verzekeraar en het fonds SPL (b).
    • Gedurende de jaren 2016, 2017, 2018 en 2019 stelt uw werkgever een bedrag beschikbaar voor de toeslagverlening. De hoogte van dit bedrag is het positieve verschil tussen 31,5% van het totaal van de pensioengrondslagen van de deelnemers op 1 januari in het betreffende jaar en de door de werkgever per 1 januari aan de verzekeraar verschuldigde premie voor de pensioenregeling. Deze door de werkgever beschikbaar te stellen bijdrage voor toeslagverlening kan nooit hoger zijn dan nodig is voor inkoop van een fiscaal maximale toeslag zoals opgenomen in artikel 18d, eerste lid, onderdeel a van de Wet op de loonbelasting 1964.

      Dit bedrag wordt door de werkgever direct aan de verzekeraar beschikbaar gesteld voor de inkoop van de toeslag in dat betreffende jaar op de in lid 1 van dit hoofdstuk omschreven pensioenen. De hoogte van de toeslag wordt vastgesteld als omschreven in lid 3 van dit hoofdstuk. Indien de koopsom voor de toeslag in enig jaar hoger is dan de bijdrage van de werkgever in dat jaar, wordt het tekort uit het toeslagendepot gefinancierd.
    • Het toeslagendepot wordt gevormd door:
      • de vrije reserves per 31 december 2015 van het fonds SPL;
      • het liquidatiesaldo van het fonds na opmaak van het liquidatieverslag.
  3. De toeslagen zijn, voor zover het saldo van het toeslagendepot daarvoor toereikend is, gelijk aan het percentage waarmee het consumentenprijsindexcijfer (alle huishoudens) is gestegen in de periode oktober tot oktober van het voorafgaande en daaraan voorafgaande jaar.

    De toeslagverlening in het betreffende jaar kan niet hoger zijn dan in dat jaar fiscaal maximaal is toegestaan.

    Indien in het betreffende jaar het saldo van het toeslagendepot niet toereikend is om een volledige toeslag te kunnen financieren, wordt een laatste lagere toeslag verleend op grond van het restsaldo van het toeslagendepot.
  4. De toeslagverlening wordt beëindigd zodra het toeslagendepot leeg is.
  5. Voor de vanaf 1 januari 2020 op te bouwen pensioenaanspraken en pensioenrechten geldt geen toeslagenregeling.
  6. De toeslagenregeling geldt ook voor de pensioenregeling ‘Overgangsregeling FLO-ers’.














Hoofdstuk 5

Life events


5.1 - Arbeidsongeschiktheid
  1. Op de dag waarop voor u de WIA-uitkering aanvangt, wordt gehele of gedeeltelijke vrijstelling van premiebetaling aan u verleend. Dit is afhankelijk van de voorwaarden van de verzekeraar.

    Uitkeringspercentage WIA Percentage arbeidsongeschiktheid Percentage premievrijstelling
    70% - 75% 80% of hoger 100%
    50,75% 65% tot 80% 72,5%
    42% 55% tot 65% 60%
    35% 45% tot 55% 50%
    28% 35% tot 45% 40%
    minder dan 28% minder dan 35% Nihil

  2. Gedurende de periode van premievrijstelling zijn wijzigingen in de pensioengrondslag en/of deze pensioenregeling alleen van toepassing op het gedeelte van het pensioen waarover geen vrijstelling van premiebetaling wordt verleend.
  3. Als u tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid wordt ontslagen, is het artikel 'Einde van de dienstbetrekking anders dan door pensionering' (zie 5.3) van toepassing.
  4. Stel dat de verzekeraar u wegens arbeidsongeschiktheid vrijstelling van premiebetaling verleent. Dan bent u geen of een gedeeltelijke werknemerspremie verschuldigd tijdens de periode waarin de vrijstelling van kracht is.
  5. U kunt alleen aanspraak maken op premievrijstelling wanneer u tot aan het moment van uitdiensttreding in verband met ziekte, salaris van uw werkgever heeft ontvangen en aansluitend een WIA-uitkering ontvangt.

5.2 - Scheiden
  1. In geval van scheiding heeft uw partner recht op verevening van het ouderdomspensioen volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Deze wet bepaalt dat uw ex-partner recht heeft op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen.

    In afwijking van de omschrijving scheiding wordt in 5.2 – Scheiden met 'scheiding' bedoeld 'einde van het huwelijk door echtscheiding of scheiding van tafel en bed of beëindiging van het geregistreerd partnerschap'. Daarnaast wordt in 5.2 – Scheiden met 'partner' bedoeld 'de persoon die met u gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan'. Deze omschrijvingen gelden niet voor punt 5 en 6.
  2. Het verzoek tot verevening kan rechtstreeks bij de verzekeraar worden ingediend als de scheiding binnen twee jaar na de scheidingsdatum aan de verzekeraar wordt gemeld. Uw partner moet het 'mededelingsformulier' correct invullen en naar de verzekeraar sturen.

    De verzekeraar betaalt dan het aan uw partner toekomende deel van het ouderdomspensioen rechtstreeks uit aan uw partner. De uitbetaling aan uw partner eindigt als u komt te overlijden, of als uw partner komt te overlijden.

    Als de scheiding niet tijdig aan de verzekeraar is gemeld, kan uw partner het recht op verevening uitsluitend nog met u regelen.
  3. Onder bepaalde voorwaarden kan uw partner bij echtscheiding de verzekeraar om een zelfstandige aanspraak op ouderdomspensioen (conversie) verzoeken zoals bedoeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (LINK). De verzekeraar is niet verplicht om hieraan mee te werken en kan daar voorwaarden aan verbinden.
  4. Uw ouderdomspensioen wordt verminderd met het deel dat aan uw partner is toegekend. Deze vermindering vervalt bij overlijden van uw partner; bij conversie is de vermindering blijvend.
  5. Als er sprake is van partnerpensioen dat niet vervalt bij scheiding, verkrijgt uw partner bij scheiding aanspraak op bijzonder partnerpensioen volgens het bepaalde in de Pensioenwet (LINK?). In geval van conversie wordt het bijzonder partnerpensioen daarin betrokken.
  6. Hebben u en uw partner via huwelijkse voorwaarden of een schriftelijke overeenkomst een andere afspraak gemaakt met het oog op de echtscheiding of beëindiging partnerschap? En heeft de verzekeraar hieraan schriftelijk instemming verleend? Dan gelden de bepalingen onder nummer 1 t/m 5 niet.

5.3 - Einde arbeidsovereenkomst
  1. Wordt uw arbeidsovereenkomst beëindigd en gebeurt dit niet omdat u met pensioen gaat? Dan heeft u recht op de tot dat moment opgebouwde aanspraken op pensioen.
  2. De volgende pensioenaanspraken vervallen bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst:
    • tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum.

      Heeft u een partner en ontvangt u in het land waar u woont een werkloosheidsuitkering. Dan geldt een uitzondering. In dat geval behoudt u namelijk aanspraak op het volgende pensioen zolang u deze uitkering ontvangt.
    • tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum. De hoogte van het tijdelijke partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum wordt vastgesteld volgens artikel 'Tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum'. Hierbij gelden uitsluitend de jaren tot de datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  3. Is op de datum van beëindiging van uw arbeidsovereenkomst wegens arbeidsongeschiktheid, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van premiebetaling verleend? Dan gelden de bovenstaande bepalingen pas op de datum waarop en in de mate waarin de premievrijstelling eindigt. In plaats van de datum van beëindiging van uw arbeidsovereenkomst wordt dan gelezen de datum waarop de gehele of gedeeltelijke premievrijstelling eindigt.














Hoofdstuk 6

Waardeoverdracht


6.1 – Waardeoverdracht
  1. Komt er een einde aan uw arbeidsovereenkomst? Dan kunt u er volgens het artikel 'Einde van de dienstbetrekking anders dan door pensionering' voor kiezen om de waarde van de pensioenaanspraken over te dragen aan de pensioenuitvoerder van uw nieuwe werkgever. De overgedragen waarde wordt omgezet in aanspraken volgens de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever.

    De bovenstaande alinea is ook van toepassing als u deelnemer wordt aan deze pensioenregeling.
  2. Gaat het om een individuele beëindiging van de arbeidsovereenkomst en niet omdat u met pensioen gaat? Dan vindt waardeoverdracht plaats, behalve wanneer uit een verklaring van een onafhankelijke accountant blijkt dat uw werkgever niet in staat is het bedrag te voldoen dat nodig is om de wettelijke waardeoverdracht uit te voeren.
  3. Om een waardeoverdracht te regelen doet u twee dingen:
    1. u vraagt eerst een opgave van uw pensioenaanspraken op bij de pensioenuitvoerder van uw vorige werkgever;
    2. u doet daarna een verzoek tot waardeoverdracht bij de pensioenuitvoerder van uw huidige werkgever.
  4. Overdracht van de waarde van het partnerpensioen is alleen mogelijk na schriftelijke instemming van uw partner. Het eventuele levenslange bijzonder partnerpensioen kan niet worden overgedragen.
  5. De manier waarop de overdracht plaatsvindt en de vaststelling van de overdrachtswaarde gebeurt volgens de geldende wettelijke voorschriften.














Hoofdstuk 7

Uitruil


7.1 – Uitruil van levenslang ouderdomspensioen na uitdiensttreding
  1. Op de datum dat uw arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, kunt u (behalve wanneer u met pensioen gaat) uw aanspraak op het levenslange ouderdomspensioen geheel of gedeeltelijk omzetten in een aanspraak op levenslang partnerpensioen. Op deze manier wordt het totale partnerpensioen (rekening houdend met al bestaande aanspraken op levenslang partnerpensioen) gelijk aan 70% van het verlaagde levenslange ouderdomspensioen.
  2. De aanspraak op het levenslange ouderdomspensioen wordt dan verlaagd op basis van een collectief actuarieel gelijkwaardige ruilvoet, die geen onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen.
  3. Het door uitruil verkregen levenslange partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin u als deelnemer of gepensioneerde overlijdt en wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin uw partner overlijdt.
  4. Is de uitruil uitgevoerd en is er nadien sprake van scheiding? Dan behoudt uw partner aanspraak op het vastgestelde levenslange partnerpensioen.
  5. Kiest u voor uitruil? Dan moet u dit binnen drie maanden nadat u de informatie (van de verzekeraar) over het einde van uw arbeidsovereenkomst hebt ontvangen schriftelijk aan de verzekeraar opgeven.

7.2 - Uitruil van levenslang ouderdomspensioen op de pensioeningangsdatum
  1. U heeft op de pensioeningangsdatum eenmalig het recht om het gehele of een deel van het levenslange ouderdomspensioen om te zetten in levenslang partnerpensioen. Op deze manier wordt het totale partnerpensioen (rekening houdend met al bestaande aanspraken op levenslang partnerpensioen) gelijk aan maximaal 70% van het verlaagde levenslange ouderdomspensioen.
  2. De aanspraak op het levenslange ouderdomspensioen wordt dan verlaagd op basis van een collectief actuarieel gelijkwaardige ruilvoet, die geen onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen.
  3. Het levenslange partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin u overlijdt en wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin uw partner overlijdt.
  4. Is de uitruil uitgevoerd en is er nadien sprake van een scheiding? Dan behoudt uw partner aanspraak op het vastgestelde partnerpensioen. Kiest u bij scheiding voor conversie, dan wordt het door uitruil verkregen partnerpensioen daarin betrokken.
  5. Uw keuze voor uitruil moet minimaal zes weken voor de gewenste pensioeningangsdatum schriftelijk aan de verzekeraar worden opgegeven.

7.3 - Uitruil van levenslang partnerpensioen op de pensioeningangsdatum
  1. U heeft op de pensioeningangsdatum eenmalig het recht om het gehele levenslange partnerpensioen of een deel daarvan om te zetten in een hoger levenslang ouderdomspensioen. Hierbij worden de geldende fiscale grenzen aangehouden.
  2. De aanspraak op het levenslange partnerpensioen wordt dan verlaagd op basis van een collectief actuarieel gelijkwaardige ruilvoet die geen onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen.
  3. Voor uitruil is toestemming van uw partner vereist.














Hoofdstuk 8

Kosten


8.1 – Kosten pensioenregeling
  1. De kosten van uw pensioenregeling worden door uw werkgever aan de verzekeraar voldaan.
  2. U bent een werknemerspremie verschuldigd.
  3. De werknemerspremie wordt met uw salaris verrekend. Na het einde van uw deelname zal geen verdere verrekening meer plaatsvinden.
  4. Bent u arbeidsongeschiktheid? Dan is het artikel "Arbeidsongeschiktheid" van toepassing.
  5. Werkt u parttime? Dan geldt het artikel "Deeltijdarbeid".
    • De koopsom die uw werkgever jaarlijks ter beschikking stelt voor betaling van de pensioenpremie is gemaximeerd op 31,5% van de som van de pensioengrondslagen van alle deelnemers per 1 januari van het betreffende jaar. Deze beschikbare koopsom is inclusief de werknemerspremie.
    • Is de onder a. ter beschikking gestelde koopsom voor betaling van de pensioenpremie in een jaar hoger dan de verschuldigde pensioenpremie voor de pensioenregeling? Dan wordt het overschot gebruikt zoals staat omschreven in het artikel ‘Toeslagen’ lid 2.
    • Is de onder a. ter beschikking gestelde koopsom voor betaling van de pensioenpremie in een jaar lager dan de verschuldigde pensioenpremie voor de pensioenregeling? Dan worden de nog op te bouwen pensioenaanspraken voor de deelnemers zodanig verlaagd, dat de onder a. genoemde beschikbare koopsom gelijk is aan de verschuldigde pensioenpremie voor de aangepaste pensioenregeling. Bij deze aanpassing gelden de afspraken in de cao en die met de verzekeraar.

De in het verleden opgebouwde pensioenaanspraken blijven gegarandeerd.














Hoofdstuk 9

Gepensioneerd


9.1 – Uitbetaling van de pensioenen
De pensioenen worden door de verzekeraar in maandelijkse termijnen achteraf uitbetaald. In geval van uitbetaling op een buitenlandse bankrekening komen de eventuele kosten die de buitenlandse bank in rekening brengt voor uw rekening.

9.2 – Pensioeningangsdatum
  1. Het levenslange ouderdomspensioen gaat in op de standaard pensioendatum. Op uw verzoek kunt u eerder of later met pensioen gaan, voor zover dit niet in strijd is met de dan geldende fiscale regelgeving.
  2. Eerder met pensioen gaan is toegestaan vanaf vijf jaar voordat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Het pensioen mag na vervroeging niet lager zijn dan het in artikel 66 van de Pensioenwet bedoelde bedrag (€ 462,88 in 2015).
  3. Later met pensioen gaan is mogelijk tot 5 jaar na de AOW-gerechtigde leeftijd, op voorwaarde dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dit geval gaat het pensioen eerder in als het verworven ouderdomspensioen na de AOW-gerechtigde leeftijd het in de Wet op de loonbelasting 1964 vermelde maximum van 100% van het pensioengevend loon bereikt. Dit is exclusief overschrijding van het maximum wegens uitruil, toeslagen, waardeoverdracht of variatie in de uitkering.
  4. Als u later met pensioen gaat, moet u jaarlijks aan de verzekeraar verklaren dat u doorwerkt. Als de verzekeraar deze verklaring niet ontvangt, zal hij het ouderdomspensioen direct in laten gaan.
  5. Gaat u eerder met pensioen? Dan vindt geen verdere pensioenopbouw plaats.
  6. Gaat u eerder met pensioen? Dan vervalt de volgende pensioenaanspraak:
    • tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum.
  7. Gaat u later met pensioen? Dan vervalt de volgende aanspraak op de standaard pensioendatum:
    • tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum, tenzij lid 5 van het artikel ‘Tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum’ van toepassing is.
  8. Gaat u eerder of later met pensioen? Dan wordt het levenslange ouderdomspensioen verlaagd dan wel verhoogd op basis van een collectief actuarieel gelijkwaardige ruilvoet die geen onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen.
  9. Eerder met pensioen gaan is uitsluitend toegestaan als u dit zes weken voor de beoogde pensioeningangsdatum schriftelijk meldt aan uw werkgever en de verzekeraar en als uw werkgever hiermee heeft ingestemd. Als een gewezen deelnemer verzoekt om eerder met pensioen te gaan, is melding aan en instemming van de werkgever niet van toepassing. Het pensioen mag na ingang niet lager zijn dan het in artikel 66 van de Pensioenwet bedoelde bedrag (€462,88 in 2015).
  10. Later met pensioen gaan is uitsluitend toegestaan als u dit zes weken voor de standaard pensioendatum schriftelijk meldt aan uw werkgever en de verzekeraar en als uw werkgever hiermee heeft ingestemd.

9.3 - Deeltijdpensioen
  1. U heeft de mogelijkheid om in overleg met uw werkgever gedeeltelijk met pensioen te gaan. Hierbij worden de geldende fiscale grenzen gehanteerd. Voor het gedeelte dat u in dienst blijft van uw werkgever, blijft u deelnemen aan de pensioenregeling. Voor dit gedeelte vindt pensioenopbouw plaats volgens het artikel 'Deeltijdarbeid'.
  2. Deeltijdpensioen is toegestaan vanaf vijf jaar voordat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.
  3. De hoogte van het deeltijdpensioen wordt vastgesteld volgens het artikel 'Pensioeningangsdatum'
  4. Deeltijdpensioen is uitsluitend toegestaan als u dit minimaal zes weken voor de beoogde pensioeningangsdatum schriftelijk meldt aan uw werkgever en de verzekeraar.
  5. Een gewezen deelnemer heeft ook recht op deeltijdpensioen. Hierbij is overleg met en melding aan uw werkgever niet van toepassing.
  6. Een ingegaan deeltijdpensioen kan niet worden teruggedraaid. Het percentage waarmee het deeltijdpensioen ingaat, kan na ingang alleen nog worden verhoogd. Dit percentage geldt voor een periode van zes maanden of een veelvoud daarvan. Voor wijzigen van het percentage is lid 4 van toepassing. Het deeltijdpensioen mag na ingang niet lager zijn dan het in artikel 66 van de Pensioenwet bedoelde bedrag (€462,88 in 2015).
  7. Het artikel 'Variatie in pensioenuitkeringen' is niet van toepassing op het ingegane deeltijdpensioen.

9.4 - Variatie in pensioenuitkeringen
  1. U heeft de mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum te kiezen voor een in aanvang hoger levenslang ouderdomspensioen. Hierbij geldt het volgende:
    • de hogere uitkering geldt voor een periode die direct aansluit op de pensioeningangsdatum. Als het pensioen ingaat op of voor uw 64-jarige leeftijd, kan de hogere uitkering uitgekeerd worden tot de eerste van de maand waarin u als gepensioneerde 65 of 70 jaar wordt. Als het pensioen ingaat na uw 64-jarige leeftijd, kan de hogere uitkering uitgekeerd worden tot de eerste van de maand waarin u als gepensioneerde 70 of 75 jaar wordt;
    • de hogere uitkering staat in een vaste verhouding van 100:75 ten opzichte van de lagere;
    • de lagere uitkering mag niet lager zijn dan het in artikel 66 van de Pensioenwet.

    Bovendien heeft u de mogelijkheid om te kiezen voor een in aanvang hoger levenslang ouderdomspensioen als de pensioeningangsdatum voor uw AOW-gerechtigde leeftijd ligt. Het verschil in hoogte van de uitkering mag niet meer bedragen dan maximaal het jaarlijkse gezamenlijke pensioen inclusief vakantietoeslag volgens de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarbij u de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Hierbij geldt het volgende:
    • de hogere uitkering geldt voor een periode die direct aansluit op de pensioeningangsdatum. De hogere uitkering wordt uitgekeerd tot de eerste van de maand waarin u als gepensioneerde de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
    • de minimale uitkeringsduur van de hogere uitkering bedraagt twaalf maanden;
    • de lagere uitkering mag niet lager zijn dan het in artikel 66 van de Pensioenwet bedoelde bedrag (€ 462,88 in 2015).
  2. Het levenslange partnerpensioen bij overlijden na de pensioeningangsdatum wordt bij de herberekening van het ouderdomspensioen niet meegerekend.
  3. De herberekening van het ouderdomspensioen vindt plaats op basis van een collectief actuarieel gelijkwaardige ruilvoet die geen onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen.

9.5 - Fiscaal maximum
Het pensioen gaat niet uit boven het fiscale maximum.














Hoofdstuk 10

Aanspraken


10.1 - Toegekende aanspraken
  1. De in deze pensioenregeling toegekende aanspraken kunnen niet worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven. Ook kunnen ze geen formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid worden (bijvoorbeeld verpanden ten behoeve van een hypotheek), behalve in de gevallen die omschreven staan in de Pensioenwet.
    • De verzekeraar heeft het recht om op zijn vroegst twee jaar na beëindiging van uw deelname aanspraken op ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen van u af te kopen. Voorwaarde is wel dat de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de standaard pensioendatum minder bedraagt dan het in artikel 66 van de Pensioenwet bedoelde bedrag (€ 462,88 in 2015). Dit geldt op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen. Dit is niet het geval wanneer u binnen twee jaar na beëindiging van de deelneming een procedure tot waardeoverdracht bent gestart.

      Als de verzekeraar gebruik maakt van dit recht, informeert hij u over zijn besluit. Dit gebeurt binnen zes maanden na afloop van de periode van twee jaar na beëindiging van uw deelneming. De verzekeraar gaat over tot de uitbetaling van de waarde binnen die termijn van zes maanden.
    • Als de standaard pensioendatum van het ouderdomspensioen ligt voor het verstrijken van de termijn van twee jaar, heeft de verzekeraar het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en eventuele andere aanspraken ten behoeve van u of uw partner af te kopen, als de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de standaard pensioendatum minder bedraagt dan het in artikel 66 van de Pensioenwet bedoelde bedrag (€ 462,88 in 2015).

      Als de verzekeraar gebruik maakt van dit recht, informeert hij u over zijn besluit binnen zes maanden na ingang van het pensioen. De verzekeraar gaat over tot de uitbetaling van de afkoopwaarde binnen die termijn van zes maanden.
    • Het bedrag € 462,88 wordt jaarlijks herzien, zoals in de Pensioenwet is bepaald.
    • De verzekeraar kan op het in 10.1 sub 2 bedoelde tijdstip of na de in 10.1 sub b bedoelde termijn van 2 jaar en zes maanden afkopen als:
      1. u daarmee instemt en
      2. de hoogte van het ouderdomspensioen op jaarbasis per 1 januari van dat jaar lager is dan het in 10.1 sub 2 bedoelde bedrag.
    • Als op het moment van ingang van het levenslang partnerpensioen of wezenpensioen de uitkering op jaarbasis lager is dan het in 10.1 sub 2 genoemde bedrag, heeft de verzekeraar het recht om uw partner of kind op dat moment een uitkering ineens ter grootte van de afkoopwaarde van het opgebouwde pensioen onder aftrek van de wettelijk verschuldigde inhoudingen te verstrekken. Als gevolg van deze uitkering ineens komt de aanspraak op het partnerpensioen of wezenpensioen te vervallen.
    • De verzekeraar die gebruik maakt van het in sub a bedoelde afkooprecht informeert uw partner of kind hierover binnen zes maanden na de ingangsdatum en gaat binnen die termijn over tot uitbetaling van de afkoopwaarde van het betreffende pensioen.
    • De verzekeraar kan na de in 10.1 sub 2 bedoelde termijn afkopen als:
      1. uw partner of uw kind daarmee instemt; en
      2. als de hoogte van het partnerpensioen op jaarbasis lager is dan het in 10.1 sub 2 bedoelde bedrag.
    • De verzekeraar heeft met betrekking tot uw partner het recht om een aanspraak op bijzonder partnerpensioen af te kopen, als de uitkering van het partnerpensioen op jaarbasis minder bedraagt dan het in 10.1 sub 2 bedoelde bedrag.
    • De verzekeraar die gebruik maakt van het in sub a bedoelde recht informeert uw partner hierover binnen zes maanden na de scheidingsdatum en gaat binnen die termijn over tot uitbetaling van de afkoopwaarde van de partner.
    • De verzekeraar kan na de in sub 2 bedoelde termijn afkopen als:
      1. uw partner daarmee instemt; en
      2. als de hoogte van het partnerpensioen op jaarbasis per 1 januari van dat jaar lager is dan het in 10.1 sub 2 bedoelde bedrag.
  2. De hoogte van de afkoopsom wordt bepaald door de actuarieel gelijkwaardig vastgestelde afkoopvoet, die geen onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen.














Hoofdstuk 11

Rechten/plichten


11.1 - Verplichting tot medewerking
  1. Iedereen die pensioenaanspraken verwerft, is verplicht aan de goede uitvoering van deze pensioenregeling mee te werken. Dit houdt in dat u alle gegevens (bijvoorbeeld een adreswijziging) en bewijsstukken verstrekt die uw werkgever of de verzekeraar nodig heeft.
    U bent in ieder geval verplicht de verzekeraar schriftelijk op de hoogte te stellen:
    • vóór de voltrekking van uw huwelijk;
    • vóór aanvang van een (geregistreerd) partnerschap;
    • binnen veertien dagen na ontbinding van uw huwelijk of beëindiging van uw (geregistreerd) partnerschap;
    • als u kinderen heeft die voor wezenpensioen in aanmerking komen en u geen partner heeft.
  2. Stel dat de uit deze pensioenregeling voortvloeiende pensioenverplichtingen niet door verzekeringen zijn gedekt omdat u onjuiste inlichtingen doorgeeft of nalatig bent in het geven van inlichtingen. Dan kunt u geen recht op pensioen op grond van deze pensioenregeling ontlenen.

11.2 - Aanpassing van de aanspraken
  1. Uw werkgever kan deze pensioenregeling zonder uw instemming wijzigen als er sprake is van een zodanig zwaarwegend belang van uw werkgever, dat uw belang naar maatstaven van redelijkheid moet wijken. Wordt van dit recht gebruik gemaakt, dan zullen de aanspraken en de daarmee corresponderende verzekeringen aan de gewijzigde omstandigheden worden aangepast.
  2. Stel dat sociale wetten, fiscale wetten of verplicht gestelde pensioenvoorzieningen worden ingevoerd of gewijzigd. Dan zal uw werkgever of de verzekeraar, als hij dat nodig vindt, deze pensioenregeling met inachtneming van eventuele wettelijke voorschriften aan de gewijzigde omstandigheden aanpassen.
  3. Uw werkgever behoudt zich het recht voor bij het overeenkomen of bij het wijzigen van deze pensioenregeling de premiebetaling, voor zover deze betrekking heeft op de bijdrage van uw werkgever, te verminderen of beëindigen in geval van een ingrijpende wijziging van bedrijfsomstandigheden.
  4. Als uw werkgever of de verzekeraar tot wijziging wenst over te gaan, stelt uw werkgever of de verzekeraar u hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis. De op grond van al gedane betalingen verworven aanspraken op pensioen blijven echter ongewijzigd.
  5. Uw werkgever en de verzekeraar zijn niet aansprakelijk voor een als gevolg van toepassing van wettelijke voorschriften ontstane vermindering van de pensioenen.














Hoofdstuk 12

Klachtenregeling


12.1 - Klachtenregeling
Uw werkgever, aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden kunnen klachten en geschillen die betrekking hebben op de bemiddeling, totstandkoming en uitvoering van deze pensioenregeling voorleggen aan Aegon, Postbus 23020, 8900 MZ Leeuwarden.









Hoofdstuk 13

Overgangsbepalingen


13.1 – Overgangsbepalingen
  1. Was u op 31 december 2015 in dienst van uw werkgever en is uw arbeidsovereenkomst op 1 januari 2016 voortgezet? Dan gelden de volgende bepalingen:
    • De tot en met 31 december 2015 opgebouwde aanspraken op tijdelijk partnerpensioen uit de pensioenregeling van het fonds zijn per 31 december 2015 tijdsevenredig vastgesteld.

      De aanspraken op tijdelijk partnerpensioen die door dit pensioenreglement worden verkregen, worden verhoogd met de hiervoor omschreven aanspraken.
    • Was voor u een premievrij tijdelijk partnerpensioen vanuit Centraal Beheer Achmea aan het fonds overgedragen? Dan geldt dat het totaal verzekerde tijdelijk partnerpensioen op grond van de pensioenregeling is verzekerd onder aftrek van dit premievrije tijdelijk partnerpensioen.
    • De onder sub a. omschreven aanspraak op tijdelijk partnerpensioen is op risicobasis verzekerd tot de standaard pensioendatum of eerdere pensioeningangsdatum. Dit betekent dat deze aanspraak op tijdelijk partnerpensioen zonder waarde vervalt bij:
      • beëindiging van uw deelname anders dan door overlijden;
      • scheiding;
      • het bereiken van de standaard pensioendatum dan wel de eerdere pensioeningangsdatum.

    Het onder sub b. omschreven overgedragen pensioen betreft een opgebouwd premievrij tijdelijk partnerpensioen en is per 1 januari 2016 aan de verzekeraar overgedragen als gevolg van liquidatie van het fonds.
  2. Was u op 31 december 2014 in dienst van uw werkgever en is uw arbeidsovereenkomst op 1 januari 2015 voortgezet? Dan gelden de volgende bepalingen:
    • De tot en met 31 december 2014 opgebouwde aanspraken naar aanleiding van het voorgaande reglement van het fonds zijn tijdsevenredig vastgesteld.
    • Was over de diensttijd tot 1 januari 2015 het levenslange partnerpensioen op risicobasis verzekerd? Dan blijft deze risicoverzekering vanaf 1 januari 2015 in stand, waarbij het totaal verzekerde levenslange partnerpensioen 70% van het per 1 januari 2015 vastgestelde premievrije levenslange ouderdomspensioen bedraagt.

      Deze aanspraak op levenslang partnerpensioen is op risicobasis verzekerd tot de standaard pensioendatum of eerdere pensioeningangsdatum. Dit betekent dat deze aanspraak op levenslang partnerpensioen zonder waarde vervalt bij:
      • beëindiging van uw deelname anders dan door overlijden;
      • scheiding;
      • het bereiken van de standaard pensioendatum dan wel de eerdere pensioeningangsdatum.

De aanspraken die uit dit pensioenreglement worden verkregen, worden verhoogd met de hiervoor omschreven aanspraken.














Hoofdstuk 14

Ingangsdatum pensioenreglement


14.1 – Datum inwerkingtreding van de pensioenregeling
Deze pensioenregeling treedt in werking op 1 januari 2016.









Hoofdstuk 15

Overgangsregeling FLO


De verschillen tussen het pensioenreglement overgangsregeling FLO-ers ten opzichte van het reguliere pensioenreglement worden in dit hoofdstuk benoemd:

15.1 - Standaard pensioendatum
De standaard pensioendatum in de overgangsregeling FLO is de eerste dag van de maand waarin de (gewezen) deelnemer 65 jaar wordt.

15.2 - Deelnemerschap
U bent in deze pensioenregeling opgenomen als u vóór 1 januari 1992 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met uw werkgever heeft gesloten en op grond van de (collectieve) arbeidsovereenkomst in aanmerking komt voor de regeling functioneel leeftijdsontslag, én geboren bent vóór 1 januari 1959 én er per 1 januari 2014 niet voor gekozen heeft om deelname aan deze pensioenregeling per 31 december 2013 te beëindigen.

15.3 - Pensioengrondslag
  1. Het pensioengevend salaris bestaat uit:
    • 12 maal het met u overeengekomen vaste bruto maandsalaris;
    • 12 maal de vaste toeslagen wegens onregelmatige dienst, continudienst, vuil en onaangenaam werk en bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten;
    • de over genoemde inkomensbestanddelen genoten vakantietoeslag;
    • de garantietoeslag, inzetbaarheidstoeslag en afbouwtoeslag.
  2. De franchise bedraagt voor 2015 € 16.130,-. Dit bedrag wordt jaarlijks per 1 januari aangepast aan de procentuele stijging van het pensioen volgens de Algemene Ouderdomswet (AOW) voor een samenwonende, inclusief de vakantietoeslag .

15.4 - Levenslang ouderdomspensioen
Het jaarlijkse levenslange ouderdomspensioen is gelijk aan 1,75% van de pensioengrondslag, die is vastgesteld op 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst). Deze pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst) en de standaard Pensioendatum FLO.

15.5 - Levenslang partnerpensioen bij overlijden voor en na de pensioeningangsdatum
Het jaarlijkse levenslange partnerpensioen is, met inachtneming van hoofdstuk 13.1 lid 2, gelijk aan 1,225% van de pensioengrondslag, die is vastgesteld op 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst). Dit cijfer wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst) en de standaard pensioendatum FLO.

15.6 - Tijdelijk partnerpensioen bij overlijden voor de pensioeningangsdatum
Het jaarlijkse tijdelijke partnerpensioen is, met inachtneming van hoofdstuk 13.1 lid 1, gelijk aan 0,153% van de pensioengrondslag, die is vastgesteld op 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst). Dit cijfer wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst) en de standaard pensioendatum FLO.

15.7 - Wezenpensioen bij overlijden voor en na de pensioeningangsdatum
Elk wezenpensioen is gelijk aan 0,245% van de pensioengrondslag, die is vastgesteld op 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst). Dit cijfer wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat ligt tussen 1 januari 2016 (of de latere aanvangsdatum van uw arbeidsovereenkomst) en de standaard pensioendatum FLO.

15.8 - Functioneel leeftijdsontslag
  1. Indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd als gevolg van het bereiken van de voor de functie vastgestelde leeftijdsgrens (als bedoeld in de door uw werkgever afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst), worden de jaarlijkse opbouw en financiering van de aanspraken op levenslang ouderdomspensioen, levenslang partnerpensioen en wezenpensioen tot de 1e van de maand waarin de deelnemer 65 jaar wordt voortgezet (overeenkomstig de bepalingen van dit reglement). Hierbij geldt de volgende opbouw:
    • Bij 100% doorwerken: 100% van de normale opbouw FLO (1,75%/1,225/0,245);
      Bij 50% doorwerken: 75% van de normale opbouw FLO;
      Bij volledig stoppen: 50% van de normale opbouw FLO.
    • Bij het vaststellen van de pensioengrondslag wordt uitgegaan van een fictief pensioengevend salaris. Bij beëindiging van uw arbeidsovereenkomst is dit fictieve pensioengevend salaris gelijk aan het per 1 januari van dat jaar geldende pensioengevend salaris (of het pensioengevend salaris dat u bij waarneming van uw functie zou hebben gehad).
      Vervolgens wordt het fictieve pensioengevend salaris per 1 januari van elk kalenderjaar aangepast met hetzelfde percentage als de procentuele wijziging ten opzichte van 1 januari van het jaar ervoor (over het salaris waarop de uitkering is gebaseerd volgens de regeling functioneel leeftijdsontslag).
      De opgebouwde aanspraken worden per de eerste januari van elk kalenderjaar aangepast volgens hoofdstuk 4.1 Toeslagen.
  2. De aanspraken op tijdelijk partnerpensioen blijven gehandhaafd tijdens de periode waarin u deelneemt aan de regeling in verband met het bereiken van de voor de functie vastgestelde leeftijdsgrens.














Hoofdstuk 16

Bijlage percentages en bedragen


Geldigheid en wijziging percentages en bedragen
In deze bijlage zijn percentages en bedragen opgenomen die gelden voor het jaar 2015. Deze kunnen jaarlijks worden aangepast. Bij een uitruil of afkoop wordt de uitruilvoet of afkoopvoet toegepast, die op dat moment geldt. De deelnemer ziet de actuele uitruil- en afkoopvoeten op Mijn AEGON.

Percentages en bedragen bij pensioenleeftijd 67 jaar

Uitruil partnerpensioen voor (hoger) ouderdomspensioen (per €1.000,- uitruilbaar partnerpensioen)
Pensioen ingangsleeftijd Verhoging levenslang ouderdomspensioen
60 € 200,00
61 € 207,10
62 € 214,30
63 € 228,60
64 € 235,70
65 € 242,90
66 € 250,00
67 € 257,10
68 € 271,40
69 € 278,60
70 € 292,90

 

Uitruil van levenslang ouderdomspensioen (per €1.000,- levenslang partnerpensioen)
Leeftijd Verlaging levenslang Ouderdomspensioen
15 € 655,00
16 € 653,00
17 € 651,00
18 € 648,00
19 € 645,00
20 € 642,00
21 € 638,00
22 € 633,00
23 € 629,00
24 € 625,00
25 € 621,00
26 € 618,00
27 € 614,00
28 € 611,00
29 € 607,00
30 € 604,00
31 € 600,00
32 € 597,00
33 € 593,00
34 € 590,00
35 € 586,00
36 € 583,00
37 € 579,00
38 € 575,00
39 € 571,00
40 € 566,00
41 € 562,00
42 € 557,00
43 € 552,00
44 € 547,00
45 € 542,00
46 € 536,00
47 € 530,00
48 € 524,00
49 € 517,00
50 € 509,00
51 € 501,00
52 € 493,00
53 € 484,00
54 € 474,00
55 € 465,00
56 € 454,00
57 € 444,00
58 € 432,00
59 € 421,00
60 € 409,00
61 € 396,00
62 € 383,00
63 € 370,00
64 € 355,00
65 € 341,00
66 € 326,00
67 € 310,00

 

Vervroegen van de pensioendatum
Aantal jaren vervroegen Verlaagd levenslang ouderdomspensioen
1 92,40%
2 85,60%
3 79,51%
4 73,99%
5 69,00%
6 64,48%
7 60,36%

 

Uitstellen van de pensioendatum
Aantal jaren uitstellen Verhoogd levenslang ouderdomspensioen
1 108,50%
2 118,10%
3 128,97%

 

Variatie in uitkering levenslang ouderdomspensioen (hoog/laag uitkering in verhouding 100:75) Hoge uitkering tot eindleeftijd 65 jaar.
Pensioen ingangsleeftijd Verhoogd levenslang ouderdomspensioen tot 65 jaar
60 120,44%
61 122,14%
62 124,06%
63 126,25%
64 128,76%

 

Variatie in uitkering levenslang ouderdomspensioen (hoog/laag uitkering in verhouding 100:75) Hoge uitkering tot eindleeftijd 70 jaar.
Pensioen ingangsleeftijd Verhoogd levenslang ouderdomspensioen tot 70 jaar
60 112,77%
61 113,75%
62 114,85%
63 116,09%
64 117,48%
65 119,07%
66 120,89%
67 122,98%
68 125,41%
69 128,27%

 

Variatie in uitkering levenslang ouderdomspensioen (hoog/laag uitkering in verhouding 100:75) Hoge uitkering tot eindleeftijd 75 jaar.
Pensioen ingangsleeftijd Verhoogd levenslang ouderdomspensioen tot 75 jaar
65 110,89%
66 111,84%
67 112,93%
68 114,16%
69 115,59%
70 117,25%

 

Omzetting van levenslang ouderdomspensioen in een extra tijdelijk ouderdomspensioen, van pensioeningangsdatum tot 67 jaar. (Vermeld is de verlaging van het levenslang ouderdomspensioen per € 1.000,- extra tijdelijk ouderdomspensioen).
Het extra tijdelijk ouderdomspensioen is maximaal het jaarlijkse gezamenlijke pensioen, inclusief vakantietoeslag volgens de Algemene Ouderdomswet (AOW), als zowel de man als de vrouw AOW-pensioen ontvangen.
Pensioen ingangsleeftijd Verlaging levenslang ouderdomspensioen
60 € 392,00
61 € 351,00
62 € 306,10
63 € 256,70
64 € 202,10
65 € 141,80
66 € 74,70

 

Afkoop van levenslang ouderdomspensioen en levenslang partnerpensioen (per € 1,- pensioen). De vermelde afkoopvoet is een indicatie. De uiteindelijke hoogte van de afkoopvoet wordt vastgesteld op de afkoopdatum.(tabel op basis van 3% rekenrente)
Afkoop leeftijd Afkoopvoet levenslang ouderdoms pensioen Afkoopvoet levenslang partner pensioen
15 2,269 1,696
16 2,338 1,748
17 2,408 1,801
18 2,481 1,855
19 2,557 1,911
20 2,635 1,968
21 2,715 2,024
22 2,798 2,083
23 2,883 2,141
24 2,972 2,200
25 3,063 2,259
26 3,156 2,320
27 3,252 2,382
28 3,352 2,446
29 3,455 2,511
30 3,560 2,577
31 3,669 2,643
32 3,781 2,712
33 3,897 2,780
34 4,016 2,850
35 4,140 2,920
36 4,268 2,993
37 4,399 3,066
38 4,535 3,140
39 4,675 3,215
40 4,820 3,292
41 4,970 3,369
42 5,127 3,446
43 5,287 3,523
44 5,455 3,601
45 5,628 3,678
46 5,808 3,754
47 5,995 3,830
48 6,190 3,905
49 6,392 3,978
50 6,602 4,052
51 6,822 4,122
52 7,052 4,191
53 7,292 4,258
54 7,542 4,324
55 7,805 4,387
56 8,081 4,446
57 8,371 4,503
58 8,676 4,556
59 8,998 4,605
60 9,339 4,648
61 9,701 4,687
62 10,084 4,721
63 10,494 4,748
64 10,931 4,767
65 11,401 4,780
66 11,908 4,784
67 12,458 4,781